Er is me de laatste tijd iets gaan dagen… Waarom allerlei bloggers en nieuwe media-lui in Nederland opeens met boeken aan komen zetten. En waarom een organisatie met diepgeworteld ‘digitaal DNA’ (zoals ze dat in advertising zo mooi noemen) , waarom die organisatie zich zo graag tussen de oude media wil ophouden…
Verschil in publiek
Tijdens het NPOX-festival (zie ook vorige post) was er een keynote-speech van Aleks Krotoski. Zij vertelde over het maakproces van de succesvolle BBC-serie ‘The Virtual Revolution‘. Eén van haar belangrijkste punten was, dat je echt moet nadenken over het bedienen van 2 wezenlijk verschillende groepen: de aloude tv-kijker en de web-savvy vup’er (viewer/user/player). Voor de een maak je nog altijd interessante content, volgens gangbare normen en tradities gemonteerd en vervolgens lineair vertoond. De ander wil zien hoe een interview gemaakt wordt, weten welke personen aan bod komen, zelf bijdragen leveren en ruw materiaal bekijken en zelf remixen.
Nieuwe Meer media
So far so good, en weinig nieuws onder de zon. Dacht ik… want zo probeert Hilversum (en het buitenland uiteraard ook) al minstens 10 jaar crossmediale formats te bedenken en content te creëren. Er is echter wel een verschil met 10 jaar geleden: anno 2010 zijn de nieuwe media niet nieuw meer. Ze zijn nagenoeg volwassen. En we weten van steeds meer zaken wat wel en niet goed werkt op het web. Natuurlijk komen er nog nieuwe apparaten bij (smartphones, tablets), nieuwe technieken (augmented reality) en slimme diensten die zaken gaan vergemakkelijken, maar een echt grote trend of geheel nieuw medium dat weer alles op zijn kop gooit, verwacht ik niet zo snel meer.
Mag ik jouw publiek eens?
Waarom? Omdat the people formerly known as new media makers steeds vaker kijken bij hun oudere broers en zussen, en niet meer de illusie hebben alles anders te moeten (willen).
Waarom Ernst-Jan Pfauth een boek over bloggen schrijft? Om zijn evangelie te verspreiden onder een nieuw publiek dat zijn blog -waarschijnlijk- nooit zou lezen.
Om een naslagwerk te hebben over de beginjaren van het bloggen in NL schreef Frank Meeuwsen zijn ‘Bloghelden’.
En om de rest van ons land kennis te laten maken met de stijl en inhoud van GeenStijl, wilden Weesie en consorten een publieke omroep oprichten. Niet voor het geld, niet voor de eer of status waarschijnlijk. Want de organisatie van GeenStijl is volwassen, invloedrijk, professioneel en slagvaardig genoeg om gasten uit te nodigen, nieuws te brengen en om audio en video-content te maken. Daarvoor hebben ze geen faciliteiten of geld van de publieke omroep nodig, of een radioprogr. als ‘EchteJannen‘.
Van podium naar podium
Wat alle bovenstaande personen en instanties willen, is nieuw publiek. Van online naar traditioneel. (En oude omroepen andersom). Van blog naar boek of van site naar omroep. En toen ik deze laatste voorbeelden voorlegde aan Aleks Krotoski, vertelde ze me dat dit een fascinerend fenomeen is, waarbij status wel degelijk een rol speelt. Zo zou zij zelf liever voor The Guardian schrijven, puur voor de prestige en goede sier op verjaardagen. Zelf ben ik van mening dat juist status een bijverschijnsel is van bekend raken bij een nieuw (en dus groter) publiek.
Tip voor de kunst & cultuursector
Als de Nederlandse kunstwereld de trend en lessen van voorheen-nieuwe mediamakers eens zou volgen, dan hoefden ze niet voor eigen parochie te preken en manifesten voor te lezen op hun eigen podium. Nee, dan zouden ze hun boodschap in vorm en inhoud aanpassen aan nieuw publiek. Kijk eens naar Powned, Pfauth of Meeuwsen, of talloze andere makers die het wél begrepen hebben…
Eens of oneens?
Update:
Via ons radioprogram Nacht van het Goede Leven, kregen we van 2 cabaretiers een lied over kunst&cultuur tijdens ‘Rutte 1’. Toepasselijk bij voorgaande alinea wellicht:
[soundcloud url=”http://api.soundcloud.com/tracks/5789063?secret_token=s-SqmMf”]

Reacties zijn gesloten.